kop
  deur
Leefgemeenschap

  Verhalen van vluchtelingen

links

 

rechts

 
    John uit Siërra Leone

Toen John nog heel klein was verlieten zijn ouders hem en werd hij verzorgd door zijn oma en opa. Vanaf de tijd dat hij kon praten noemde hij zijn oma en opa ‘zijn ouders’. Een gewoonte bij alle kinderen in Siërra Leone die om een of andere reden hun ouders zijn kwijtgeraakt. John groeide op.

Toen hij ongeveer 16 jaar oud was (leeftijden zijn nooit erg belangrijk en duidelijk in zijn land) kwam een grote groep rebellen zijn dorp binnen. Hij wilde vluchten maar werd opgepakt door de rebellen. Zij brachten hem terug naar zijn huis dat door andere jongens met benzine overgoten was. Met een bajonet in zijn rug werd hij gedwongen dat huis in brand te steken. Hij wist niet of zijn ouders daar nog waren. Hij werd meegenomen naar een kamp in de jungle. Daar kreeg hij cocaïne en marihuana. Onder invloed werd hij mee terug genomen naar zijn dorp waar hij de huizen van regeringsmensen moest aanwijzen. Die werden vermoord. John moest ook mee op tochten door de jungle, steeds onder de drugs, en moest mensen neerschieten. Bij zwangere vrouwen werd de buik opengereten zodat je de baby’s kon zien zitten. Hij werd door de kapitein uitgekozen om hulp voor zijn vrouw te zijn. Hij werkte een jaar in de huishouding. Als de kapitein niet tevreden was, werd hij gemarteld.

Vaak ook moest hij mee om te moorden. De vrouw van de kapitein kreeg medelijden en zorgde dat hij kon vluchten. Hij ging terug naar zijn dorp. Van zijn voormalige vriendin hoorde hij dat de schedels van zijn ouders in het verbande huis waren gevonden en opgeruimd. Met een zeil bouwde hij een hutje achter zijn oude huis. Op een nacht werd dat hutje overvallen door mensen die ervan overtuigd waren dat hij een rebel was en wilden hem vermoorden. John vluchtte en kwam na 50 kilometer lopen (nog steeds gebruikte hij drugs en voelde daarom geen vermoeidheid of pijn) bij een Katholieke missiepost aan. Daar vertelde hij zijn verhaal en werd geholpen naar Nederland te vluchten.

In Nederland durfde hij zijn "rebellenverleden" slechts ten dele te vertellen. Maar op basis van wat hij wel vertelde kreeg hij een tijdelijke verblijfsvergunning voor drie jaar. Aan het einde van de drie jaar was Siërra Leone tot veilig land verklaard en moest hij terug. Wat hij niet wilde.

Met een hoofd vol nachtmerries, doordenkt met bloed, zowel overdag als ’s nachts, probeert hij nu op grond van zijn psychische toestand alsnog een verblijfsvergunning te krijgen. En weer rust in zijn hoofd te krijgen. Door medicijnen en psychiatrische hulp. En eindelijk weer te kunnen slapen. Slapen. Iets langer dan de twee, drie uur die hij al jaren per nacht heeft kunnen slapen. En dromen. Dromen over mooie dingen die het leven waard maken geleefd te worden...

(Omwille van privacy zijn sommige namen gefingeerd)
   
Bijgewerkt op: 13.02.2016
kookboek